21-01-08

De eerste bromvlieg.

Gisterenmorgern zag ik hier de eerste bromvlieg van het jaar een poging ondernemen om de slaapkamer binnen te dringen.

Het begint toch erg op te vallen dat onze omgeving warmer wordt. Een tijd geleden hoorde ik nog iemand zeggen dat het allemaal toeval is, en dat koude winters slechts even een pauze hebben genomen, en dat we héél binnenkort de Schelde weer zien bevriezen, en misschien ook wel de zee!

Ik ben daar niet zo zeker van, en ik denk dat de pauze een beetje lang begint uit te vallen.

Heel lang is het in ieder geval geleden dat het stenen vroor. Ik herinner me vooral de winters van rond 1963. Ik was toen, als een van de jongste studenten, een opleiding begonnen aan het Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium. Op kot gaan was uit den boze, en intern worden bij de nonnekes aan de Sint Jacobsmarkt, dat zag ik absoluut niet zitten. Een 'privilege' door de naburige zusters aangeboden aan de muziekstudenten die van ver kwamen.

Dus, vier keer per week nam ik de trein van 6u30 in Hasselt, richting Antwerpen. In het begin werden de wagons nog af en toe getrokken door een stoomlocomotief. Die stond dan te puffen en te blazen dat horen en zien verging, en tegen dat hij ging vertrekken werd het perron en alles en iedereen errond haast onzichtbaar door de dikke wolken stoom.

Wat ik jaren later echt nooit meer teruggezien heb is de dikke laag ijsbloemen op de ruiten van de trein in Aarschot waarop we moesten overstappen. Tijdens de koude nachten in het station werd hij een diepvriezer, en om door de ruiten te kunnen zien moest je met je wijsvinger een gaatje boren (smelten) in de ijsbloemen. Met één oog kon je dan de winterwereld bewonderen en tegen dat we in Antwerpen waren droop de wagonvloer van het smeltwater

Waar is de tijd? Waar is de winter?

14:03 Gepost door rammeke in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

14-01-08

Stilaan schuiven we op naar de eerste rij.

Steeds vaker word ik geconfronteerd met het feit dat alweer iemand ons ontvalt. Hoe ouder men wordt hoe vaker men het meemaakt, en ik herinner me nog de woorden van mijn schoonmoeder die het geluk had gezond te blijven tot haar negentigste:  'Gezond oud worden is toch een beetje triestig hoor, want uiteindelijk blijft bijna niemand van je eigen generatie over. Eén voor een verdwijnen ze!'

Gisteren is er weer een tante van mij overleden. Zevenenzeventig geworden. Vroeger zou ik gezegd hebben: 'mooie leeftijd bereikt.' Nu zeg ik: 'hé, dat is eigenlijk niet zo oud!'

De begrafenis in Limburg, met koffietafel achteraf, is een enige gelegenheid om nichtjes en neven na lange tijd weer te zien. Het lijkt soms wel op een begrafenisfeest!

Toch doet een overlijden ons telkens weer nadenken over ons eigen leven en over de vele malen dat we reeds afscheid namen. Er valt iets onvervangbaars weg. Het vertrouwde contact met de dode. De herinnering reikt wel voorbij de grenzen van het leven. Sterven is dus eigenlijk niet 'verdwijnen', maar onbereikbaar worden. Een verlies trouwens dat de oorzaak is van het diepste verdriet dat mensen kennen.

Het is ook niet de gestorvene die heengaat, neen, het zijn wij. De gestorvene heeft zijn bestaan volbracht. Er komt niets meer, terwijl wij onze tocht verderzetten, steeds verder weg van het moment waarin ons bestaan samenviel.

Op een flagrante wijze worden we met onze neus op het feit gedrukt dat wij mensen als individuen bestaan, maar, wat ooit geweest is, kan nooit weggenomen worden uit het geheel van de werkelijkheid. Ons 'nu'-moment zal bijgevolg voorgoed deel uitmaken van het gehele bestaan.

Sterven is dus niet verdwijnen uit het bestaan, maar verdwijnen uit het gezichtsveld van wie verder leeft in de tijd! Tja, op die manier bekeken zou ik me misschien kunnen verzoenen met een afscheid. Alhoewel, ik heb nooit de voorkeur gegeven aan het plaatsnemen op de eerste rij, en ik blijf dat in alle omstandigheden niet leuk vinden.

15:03 Gepost door rammeke in Algemeen | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

10-01-08

Jezus moet verstopt!

Bij mij in huis is er hier en daar nog wel een kenmerk te vinden van de christelijke opvoeding die we van thuis meekregen. Items die ik moeilijk kan wegstoppen of weggooien omdat ik ver weg nog steeds dat stemmetje hoor zeggen: "Als je bescherming wil in je leven dan zal je geloof en Jezus aan het kruis tegen jouw muur daar zeker toe bijdragen".

Jezus hangt niet meer tegen onze muur, maar het houten kruisje dat m'n zoontje droeg tijdens z'n plechtige communie staat wel tentoon op de kast, samen met het amulet dat ik kreeg bij zijn doopsel. Een verdroogd palmtakje siert een klein schilderijtje en wacht op een fris groen exemplaar tegen Pasen.

Bij mijn schoonzus hangt Jezus in alle kamers denk ik. Zo ook tegen de muur van de logeerkamer. Onlangs kwam haar driejarig kleindochtertje overnachten. Een klein lichtje moest blijven branden. Toch rende schoonzus terug naar boven bij het horen van hysterisch gekrijs van de kleine.

Wat bleek nu? Wel, dat dutske had Jezus in het visier gekregen, hoog tegen de muur aan het kruis genageld. Kleindochtertje vond dat hij er boos uitzag en vroeg waarom hij "vasthing". M'n schoonzus legde uit dat die meneer Jezus is, en dat hij heel goed zorgt voor iedereen die hem graag ziet! - Over dat "vasthangen" denk ik niet dat zij veel heeft uitgelegd aan de peuter.- Dus mijn lieveke, laat hem daar maar hangen, en je moet niet bang zijn, hij is lief voor jou!

Dutske had het toch niet zo begrepen en riep, "Jezus moet verstopt!" Hij mocht blijven hangen, maar oma moest hem maar verstoppen. En ja, sindsdien hangt Jezus daar aan het kruis met een keukenhanddoek over zijn hoofd.

Het voorval heeft me doen lachen en doen  nadenken over vroeger en nu.

14:36 Gepost door rammeke in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |