14-01-08

Stilaan schuiven we op naar de eerste rij.

Steeds vaker word ik geconfronteerd met het feit dat alweer iemand ons ontvalt. Hoe ouder men wordt hoe vaker men het meemaakt, en ik herinner me nog de woorden van mijn schoonmoeder die het geluk had gezond te blijven tot haar negentigste:  'Gezond oud worden is toch een beetje triestig hoor, want uiteindelijk blijft bijna niemand van je eigen generatie over. Eén voor een verdwijnen ze!'

Gisteren is er weer een tante van mij overleden. Zevenenzeventig geworden. Vroeger zou ik gezegd hebben: 'mooie leeftijd bereikt.' Nu zeg ik: 'hé, dat is eigenlijk niet zo oud!'

De begrafenis in Limburg, met koffietafel achteraf, is een enige gelegenheid om nichtjes en neven na lange tijd weer te zien. Het lijkt soms wel op een begrafenisfeest!

Toch doet een overlijden ons telkens weer nadenken over ons eigen leven en over de vele malen dat we reeds afscheid namen. Er valt iets onvervangbaars weg. Het vertrouwde contact met de dode. De herinnering reikt wel voorbij de grenzen van het leven. Sterven is dus eigenlijk niet 'verdwijnen', maar onbereikbaar worden. Een verlies trouwens dat de oorzaak is van het diepste verdriet dat mensen kennen.

Het is ook niet de gestorvene die heengaat, neen, het zijn wij. De gestorvene heeft zijn bestaan volbracht. Er komt niets meer, terwijl wij onze tocht verderzetten, steeds verder weg van het moment waarin ons bestaan samenviel.

Op een flagrante wijze worden we met onze neus op het feit gedrukt dat wij mensen als individuen bestaan, maar, wat ooit geweest is, kan nooit weggenomen worden uit het geheel van de werkelijkheid. Ons 'nu'-moment zal bijgevolg voorgoed deel uitmaken van het gehele bestaan.

Sterven is dus niet verdwijnen uit het bestaan, maar verdwijnen uit het gezichtsveld van wie verder leeft in de tijd! Tja, op die manier bekeken zou ik me misschien kunnen verzoenen met een afscheid. Alhoewel, ik heb nooit de voorkeur gegeven aan het plaatsnemen op de eerste rij, en ik blijf dat in alle omstandigheden niet leuk vinden.

15:03 Gepost door rammeke in Algemeen | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

Commentaren

Het is altijd erg iemand te verliezen en niet weten of er nog bestaan is na dit leven...;lieve groetjes

Gepost door: yolanda | 14-01-08

Een afscheid blijft moeilijk. Heb net een paar weken geleden mijn schoonvader moeten afgeven en al op heel jonge leeftijd mijn vader. Ze zeggen dat het slijt maar dat doet het niet!

Gepost door: nana | 14-01-08

Mooi verwoord Je hebt dat zeer mooi verwoord Rammeke : Sterven is niet verdwijnen, maar onbereikbaar worden. Anders formuleren de her-IN-nering dan als iets dat je terug IN je gaat nemen (ondanks het feit dat het onbereikbaar is geworden).

Inderdaad, 77 is nog niet oud. Wiskundig althans niet, want de gemiddelde leeftijd voor vrouwen ligt iets hoger, dacht ik.

Hopelijk kan ik je nog troosten met een klein lief gedicht van Toon Hermans :

Waar je ook bent,
Ik zou het niet weten.

Niet in afstand of tijd te meten.

Maar ik heb je bij mij,
Diep in mij.

Daarom ben je zo dicht bij.

Toon Hermans

Gepost door: Vrijdenker | 14-01-08

Mijn moeder is ook al 86j en nog steeds goed gezond, uitgezonderd haar knieën (artrose). Zij ondervindt ook steeds het gemis van meer mensen, familie en kennissen die wegvallen.
Geloof steunt ons bij het sterven. Weten dat we elkaar ooit terugzien.....ergens.....
77 is inderdaad niet erg oud....vroeger als kind, vond ik dat natuurlijk stokoud, maar hoe ouder jezelf wordt, hoe meer je die grenzen verlegd.
Lieve groetjes Rammeke en hou je taai.

Gepost door: Mythoske | 16-01-08

Leven en dood zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het aanvaarden is een ander probleem...

Gepost door: Martine | 17-01-08

De commentaren zijn gesloten.